Bluetooth slaat draadloze bruggen (4)
Bluetooth-apparaten kunnen te maken krijgen met unieke beveiligingsproblemen. Omdat alle Bluetooth-apparaten in theorie met elkaar kunnen "praten", is het gevaar aanwezig dat een willekeurig apparaat onopgemerkt een verbinding tot stand brengt en in het geval van een PDA bijvoorbeeld kostbare informatie verzamelt. Om dit te voorkomen zijn er in de Bluetooth-specificatie drie verschillende beveiligingsmodi opgenomen. . Beveiligingsmodus 1 stelt elk ander apparaat in staat om een verbinding te ontdekken en tot stand te brengen. Dat is de minst veilige modus. . Beveiligingsmodus 2 garandeert de beveiliging tussen verschillende apparaten door middel van een systeem met PIN-codes of wachtwoorden. . Beveiligingsmodus 3 waarborgt een geavanceerde manier van authentificatie en encryptie voorafgaand aan het tot stand brengen van een verbinding. Apparaten kunnen niet met elkaar "praten" als zij niet toegerust zijn met specifieke protocollen en de nodige beveiligingssleutels. Net als bij andere gangbare beveiligingen moet de Bluetooth-beveiliging geïnitieerd en gehandhaafd worden door de mensen die er gebruik van maken. Meestal worden apparaten geleverd met de meest effectieve beveiliging. Het is daarom belangrijk dat gebruikers en managers vertrouwd raken met de basisconcepten van beveiliging. Met name in gevoelige kantooromgevingen is dit cruciaal. Net als de specificatie zelf is de Bluetooth-beveiliging continu onderhevig aan verbeteringen. 17 Bluetooth-profielen Uit wat voorafgaat blijkt dat Bluetooth een krachtige en flexibele technologie is die een heel breed scala van apparaten en applicaties ondersteunt. Om de toepassing van de techniek nog makkelijker te maken voor fabrikanten, maakt Bluetooth gebruik van profielen. Een profiel is een set instructies voor specifieke taken zoals printen of het synchroniseren van data. Om twee apparaten een specifieke functie uit te laten voeren, moeten beide apparaten toegerust zijn met hetzelfde profiel voor de functie. Is dat niet het geval, dan kunnen de apparaten niet effectief met elkaar communiceren. Zelfs niet als ze binnen elkaars bereik zijn en elkaar kunnen "zien". Visualiseer Bluetooth daarom als een grote onzichtbare pijp waardoor talloze onzichtbare draden lopen. Elke kabel verbindt verschillende apparaten en stelt de apparaten in staat om één specifieke taak uit te voeren. De huidige versie van de Bluetooth-specificatie (1.1) omvat zeventien verschillende profielen die definiëren wat verschillende (daarvoor toegeruste) apparaten kunnen doen. Het gaat om volgende profielen: Generic Access Profile (GAP), Service Discovery Profile (SDAP), Cordless Telephone Profile (CTP), Intercom Profile (IP), Serial Port Profile (SPP), Headset Profile (HP), Dial-up Networking Profile (DNP), Fax Profile (FP), Local Area Networking Profile (LAP), Generic Object Exchange Profile (GOAP), Object Push Profile (OPP), File Transfer Profile (FTP), Synchronisation Profile (SP), Gangbare ISDN-toegang, Personal Area Network (PAN), Hard Copy Cable Replacement (HCRP) en Hands-Free Profile. De meeste apparaten zijn met meer dan één profiel toegerust. Elk apparaat beschikt op zijn minst over het Generic Access Profile (generieke toegangsprofiel). Dat profiel is namelijk bepalend voor het ontdekkingsproces dat in deze reeks staat omschreven. Zonder dit profiel zou een apparaat niet in staat zijn om een ander apparaat te ontdekken. Naast het GAP moet elk apparaat toegerust zijn met een profiel dat de specifieke functie ondersteunt waarvoor het is ontworpen. Een draadloze Bluetooth-headset moet bijvoorbeeld toegerust zijn met het Headset Profile. Een fax op zijn beurt moet over het Fax Profile beschikken. Hoewel dit alles een behoorlijk dichtgetimmerd systeem lijkt, maken niet alle fabrikanten gebruik van de juiste profielen om dezelfde functies uit te voeren. Veel PDA's bijvoorbeeld maken gebruik van het Serial Port Profile om seriële poorten te emuleren voor het uitwisselen van data. Het geavanceerde Synchronisation Profile laten ze links liggen. Hierdoor kunnen configuratieproblemen voor de gebruikers ontstaan. Nieuwe profielen in aantocht Diverse nieuwe profielen staan klaar om in de nieuwe Bluetooth-specificatie te worden opgenomen. Veel van deze profielen worden momenteel al gebruikt in producten, hoewel ze nog niet officieel honderd procent met andere Bluetooth-apparaten compatible zijn. Het Basic Print Profile (BFP) bijvoorbeeld is klaar voor gebruik in enkele Bluetooth-printers. Deze apparaten zullen voorzien worden van nieuwe software op het moment dat een profiel officieel in de standaard wordt opgenomen. Andere verwachte toevoegingen omvatten profielen voor audio- en video-applicaties, scannen, beelden verwerken, handsfree telefoneren, SIM-toegang in mobiele telefoons en verbeterde detectie van apparaten. Eén van de belangrijkste ontwikkelingen van het ogenblik is het Bluetooth-access point, een apparaat dat desktop PC's laat communiceren met allerlei andere draadloze apparaten. Naast het gebruik van standaard PC-randapparatuur zoals muizen, toetsenborden, printers en scanners, kunnen PC's met behulp van een access point eenvoudig een verbinding met apparaten tot stand brengen. Van het synchroniseren van mobiele telefoons en PDA's met PC's tot en met surfen op het Internet met laptops en PDA's of het verzenden van afbeeldingen van digitale camera's naar PC. De access points fungeren als bruggen tussen bestaande niet-Bluetooth compatible apparaten en een reeks uiteenlopende nieuwe met Bluetooth-toegeruste apparaten van verschillende fabrikanten. Deze apparaten benadrukken de lange termijnbelofte van Bluetooth en geven de technologie een nieuwe dimensie. Bluetooth is niet langer meer een alternatieve communicatiemethode om kabels te vervangen. De technologie is inmiddels een eigen leven gaan leiden en is een unieke manier om apparaten aan elkaar te koppelen die voorheen nooit in staat waren om met elkaar te communiceren. (Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Logitech. Meer info: www.logitech.com).