Vijf nieuwe Machinebouw & Mechatronica-labs openen de deuren

West-Vlaamse maakbedrijven klaargestoomd voor Industrie 4.0

De weg naar Industrie 4.0 is geplaveid met technologische innovaties, zowel op het niveau van producten als productieprocessen. De machines van de toekomst zijn slim en zelflerend. Ze capteren data via een netwerk van sensoren en interageren met andere machines en met hun operatoren om een nog hogere graad van flexibiliteit of prestatie te bereiken. De uitdaging is echter om deze concepten om te zetten naar concrete toepassingen op maat van de bedrijven. Net daarom hebben POM West-Vlaanderen en TUA West, voluit Technische Universitaire Alliantie West-Vlaanderen, in samenwerking met de kennispartners Sirris, KULeuven Campus Brugge, HOWEST, UGent Campus Kortrijk en VIVES, vijf gloednieuwe labs geopend. Het betreft de applicatielabs “Smart Assembly & Production” en “Smart Production Organisation” van UGent, het technologielab “Augmented & Virtual Reality” van HOWEST in Kortrijk en de twee innovatielabs “The Ultimate Machine” en “The Ultimate Factory” op de KULeuven Campus Brugge.

In West-Vlaanderen zijn er meer dan 250 ondernemingen actief in Machinebouw en Mechatronica (M & M). Dit uitgebreide netwerk is goed voor 11.000 rechtstreekse arbeidsplaatsen en een toegevoegde waarde van 1,2 miljard euro. Niet alleen machinebouwers maar ook andere industrieën zoals voeding, nieuwe materialen, blue energy en de zorgeconomie profiteren mee van de technologische innovatie die M & M te bieden heeft.

“Om het potentieel van deze maakbedrijven te optimaliseren zijn digitale innovatie en integratie van nieuwe technologieën essentieel. De vijf Machinebouw en Mechatronica-labs bundelen alle expertise rond Industrie 4.0 die er in onze provincie aanwezig is. Bedrijven kunnen in deze labs terecht om hun productiemethodes slimmer en flexibeler te maken met behulp van digitalisering en automatisatie”, verklaart Geert Dangreau, algemeen coördinator Fabrieken voor de Toekomst van POM West-Vlaanderen.

De realisatie van de labs was een werk van lange adem. “Een paar jaar geleden hebben we met Fabrieken voor de Toekomst een overkoepelend gemeenschappelijk plan opgemaakt dat gebaseerd was op de noden van de bedrijven en met veel complementariteit tussen de verschillende kennispartners om innovatie bij West-Vlaamse KMO’s te stimuleren. Uiteindelijk werden ook de nodige financiële middelen gevonden. De totale projectkost bedraagt zo’n 4 miljoen euro. De provincie investeerde ruim 700.000 euro. Daarnaast was er 1,7 miljoen euro Europese steun van EFRO en meer dan 850.000 euro is afkomstig van het Hermes-fonds.  Met dat geld werden de vijf labs gefinancierd”, heet het..

Technologie, innovatie & applicatie

De labs in Brugge en Kortrijk bieden high-end demonstratie- en testinfrastructuur voor maakbedrijven. Brugge telt twee innovatielabs: “The Ultimate Machine” en “The Ultimate Factory”.

“In het eerste lab worden machines ontworpen, getest en geanalyseerd op omgevingsfacturen via simulaties met virtuele sensoren. Er wordt vooral gekeken naar de wisselwerking tussen de machine en de omgeving waarin deze moet functioneren. Performantie, betrouwbaarheid en functionele veiligheid zijn daarbij van belang. “The Ultimate Factory” omvat dan weer een conceptfabriek met zowel ingeburgerde als nieuwe processen. Er kunnen allerlei incidenten worden gesimuleerd. Bedoeling is dat het systeem zichzelf kan herstellen. Deze twee labs staan onder controle van KULeuven en zijn vooral gericht op onderzoek. De andere labs in Kortrijk focussen meer op concrete toepassingen. In het applicatielab “Smart Assembly & Production” bekijkt Sirris onder meer op welke manier robots en mensen veilig en met een optimale taakverdeling kunnen samenwerken. Vroeger stonden robots in kooien. Daar wil men nu van afstappen door bewegingssensoren te gebruiken. Het tweede applicatielab “Smart Production Optimalisation” spitst zich toe op het creëren van een slimme productie-organisatie door het toepassen van vereenvoudigde aanstuurmethodes en het virtueel valideren van ontwerpkeuzes en optimalisaties. Kortom, in een virtuele omgeving wordt het mogelijk gemaakt om de lay-out van een bestaande of nieuwe productie-omgeving te bekijken en aan te passen. Tot slot is er het technologielab “Augmented & Virtual Reality” van HOWEST. Bedrijven kunnen er ontdekken hoe ze met AR en VR digitale informatie kunnen integreren in hun productieprocessen”, stelt Dangreau.

Vervolgproject

Nu de labs operationeel zijn is het tijd voor de volgende fase. Zo komt er een vervolgproject rond werking en toeleiding. Als gevolg daarvan wordt er op 22 oktober een brainstorm-sessie georganiseerd met een 30-tal bedrijven en kennisinstellingen over nieuwe trends zoals Machine 4.0, Operator 4.0 en Productie 4.0. Er zal ook bepaald worden welke demonstrators een meerwaarde kunnen betekenen. In het voorjaar van 2020 zullen de experts van de kennisinstellingen van de Fabriek voor de Toekomst Machinebouw en Mechatronica via een intensief co-creatietraject de beste drie concepten per thema verder uitwerken. In het najaar van 2020 start dan een nieuwe cyclus.

POM West-Vlaanderen wil vooral een faciliterende rol uitoefenen en kan daarbij ook rekenen op de medewerking van Flanders Make. Het onderzoekscentrum voor de maakindustrie opende, naast de bestaande sites in Leuven en Lommel, een derde vestiging in Kortrijk.

“We willen niet alleen de grote bedrijven, maar ook de KMO’s voorbereiden op Industrie 4.0. Heldere en eenduidige communicatie is daarbij van cruciaal belang. Daarom lanceren we in het najaar een website waar bedrijven terecht kunnen met al hun vragen wat betreft Industrie 4.0. De verschillende kennisinstellingen zullen dan onderling bekijken wie er het meest geschikt is om een antwoord te formuleren. Deze aanpak staat symbool voor de openheid tussen de verschillende kennispartners”, duidt Dangreau.

De investeringsgolf van de voorbije jaren is voor de algemeen coördinator van Fabrieken voor de Toekomst overigens geen eindpunt. Ook in de toekomst zitten er nog nieuwe investeringen aan te komen.