North Sea Aviation Center opent deuren

Luchthaven Oostende-Brugge heeft nieuwe business aviation terminal

De luchthaven Oostende-Brugge beschikt sinds kort over een nagelnieuwe general & business aviation terminal. North Sea Aviation Center (NSAC) investeerde er 4 miljoen euro in performante state-of-the-art accommodatie. Achter het initiatief gaat Jef De Kinder schuil, voormalig mede-eigenaar van Noordzee Helikopter Vlaanderen (NHV), dat vooralsnog de grootste klant van NSAC is. Het bedrijf rekent op minimaal 1.500 vliegbewegingen per jaar.

Hoofdactiviteit van NSAC is de afhandeling (ground handling) van privé-jets. Die activiteiten werden voorheen op Apron 2 verzorgd door het voormalige Aviapartner Oostende, dat daarvoor op niet aangepaste faciliteiten terugviel. NASC verwierf van luchthavenuitbater LEM Oostende-Brugge een 40-jarige concessie op Apron 3.

“Groot voordeel van Oostende ten opzichte van andere regionale luchthavens is dat de luchthaven 24/7 geopend is, een langere piste en twee instrument landing systems (ILS) heeft die het aanvliegen in alle weersomstandigheden mogelijk maken. Infrastructureel en operationeel is de luchthaven geschikt om eender welk type vliegtuig en private aviation te ontvangen,” aldus Jef De Kinder. Toestellen tot 45,5 ton kunnen in Oostende landen zodat NSAC de grootste privé-jets moeiteloos kan ontvangen.

State-of-the-art terminal met business lounge

Specifiek voor private aviation bouwde NSAC een 1.600 m² grote loods voor de korte en lange termijnstalling van vliegtuigen. “Met zeven vliegtuigen is de beschikbare capaciteit momenteel volledig ingenomen,” aldus De Kinder. Met maintenance-bedrijf Gill Aviaton, dat een honderdtal vliegtuigen in onderhoud heeft, werd een strategisch partnership gesloten. Maintenance van privé-vliegtuigen is voor de regionale luchthaven een nieuwe activiteit.

De bestaande loods, 3.100 m² groot, werd gerenoveerd en is integraal verhuurd aan Noordzee Helikopter Vlaanderen.

Acht eigen medewerkers nemen de ground handling (schoonmaak, fuelling, stroomvoorziening, bagage-handling, …) van de vluchten voor hun rekening.

In tegenstelling tot in het verleden wil NSAC verder gaan dan de zuivere afhandeling. Als fixed-base operator (FBO) mikt het bedrijf in zijn business aviation-terminal ook op een totaal-service die de klanten maximaal ontzorgt. Voor passagiers kunnen hotelaccommodatie en vervoer worden geregeld. Ze kunnen tevens rekenen op een shuttle-service en er staan, desgewenst, auto’s (2) en fietsen (20) op verhuurbasis ter beschikking.

“Bedoeling van NSAC is in het nieuwe terminal-gebouw alle diensten van een volledige luchthaven te bieden,” schetst general manager Erik Vermeersch. Op het gelijkvloers zijn een piloten-lounge, een receptie, een lobby en kantoren voor de douane, de federale politie en vliegtuigtechnici ingericht. De eerste verdieping beschikt over twee kantoren die aan luchtvaartbedrijven te huur worden aangeboden, een grote meeting room met (video)conferentiefaciliteiten en, annex, een VIP-lounge met bar. De tweede verdieping beschikt over drie slaapkamers voor crew-leden en een dokterskabinet, dat door vier artsen zal worden gedeeld. “NSAC werd immers vergund voor de medische keuring van lijnvaart- en private aviation, conform de Klasse 1 (commerciële luchtvaart)-, Klasse 2 (private aviation)- en Federal Administration of Aviaton (FAA)-voorschriften. Tot voor kort konden deze controles enkel in Brussel”, stipt de Jef De Kinder aan. “Van de 7.000 in België erkende piloten, hopen we er jaarlijks 1.000 à 2.000 in Oostende periodiek te keuren”, wordt vervolgens onthuld.

Voorts investeerde NSAC in de renovatie van de 3.100 m² grote loods op Apron 3, die integraal aan North Sea Helicopters is verhuurd.

Tweeledige klantenbasis

NSAC bedient twee soorten klanten, met name operatoren die het beheer van de home-based vliegtuigen waarnemen enerzijds, internationale operatoren anderzijds. “Jaarlijks mikken we op een 1.500-tal vliegbewegingen die dienen afgehandeld. Het ziet ernaar uit dat dat aantal intussen al tot 1.750 op jaarbasis is opgelopen”, besluit Erik Vermeersch.