InOpSys heeft eerste internationale referentie beet

Recyclagespecialist reststromen fijnchemie en farma brengt research in BlueChem onder

InOpSys N.V. (Mechelen), specialist in de recyclage van reststromen in de fijnchemie en farma, brengt in april zijn research-activiteiten onder in een state-of-the-art labo-omgeving in de nieuwe Antwerpse chemie-incubator BlueChem. Het bedrijf ontwikkelt mobiele recyclage-installaties in eigen beheer. Een eerste installatie is inmiddels operationeel bij Janssen Pharmaceutica. Dit najaar wordt een tweede eenheid opgeleverd in Zwitserland, meteen de eerste buitenlandse referentie van het jonge bedrijf. Tegen 2025 hoopt InOpSys een dertigtal installaties in Europa draaiend te hebben.

Aan de basis van InOpSys ligt een idee ontstaan in de schoot van Janssen Pharmaceutica rond de inbedrijfstelling van een plant-on-a-truck, zeg maar een mobiele chemische productie-installatie. Die idee werd in 2012 voorgelegd aan de toenmalige speerpunt-cluster FISH, inmiddels herdoopt tot Catalisti.

Steven De Laet, ceo van InOpSys, was als eerste programma-manager actief bij FISH en ondersteunde als deeltijds business development manager de groep Duurzame Chemie bij VITO. In die hoedanigheid weekte het idee bij hem de nodige interesse op. Toen Bayer en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen 42 miljoen euro uittrokken voor de oprichting van een bedrijf dat zich op mobiele chemische productie zou gaan toespitsen, besloot de Laet dat het concept op zich potentieel had.

“Alleen was het als start-up niet aangewezen op de core-activiteiten van de chemie en farmabedrijven te gaan focussen, maar het concept vanuit een duurzaamheidsinsteek op de neven- en afvastromen van dat soort ondernemingen toe te spitsen. Heel veel van die stromen bleken moeilijk te behandelen en werden sinds de jaren ’80 richting afvalverbrandingsovens afgevoerd,” schetst De Laet.

Dergelijke onzinnige toestanden zijn in tijden waar het vermijden van CO2-uitstoot en duurzaamheid boven aan de agenda staan, niet langer te verantwoorden, luidt het.

Met de hulp van Janssen Pharmaceutica en KULeuven

Janssen Pharmaceutica bleek wel wat voor het concept te voelen. Samen met KULeuven zette De Laet labo-testen op de afvalstromen met farmaceutische ingrediënten van de dochter van Johnson & Johnson op. De zoektocht naar bedrijfseconomisch verantwoorde alternatieven voor de verbranding van weleer leverde goede resultaten op, zowel op labo- als op pilootschaal.

Samen met KULeuven houdt Steven De Laet in mei 2015 InOpSys boven de doopvont. In december volgde een eerste kapitaalsverhoging en de omvorming tot een naamloze vennootschap. Innovation Fund, dat gelieerd is met sectorfederatie Essenscia, en het zaaikapitaalfonds Gemma Frisius van KULeuven, droegen samen 1,5 miljoen euro aan. Begin 2016 startte InOpSys zijn activiteiten op in een huurpand in de Mechelse Industriezone-Noord. In september vorig jaar volgde een tweede kapitaalronde. Nieuwkomer VMH (Vlaamse Milieu Holding) bracht, samen met de bestaande aandeelhouders, 3 miljoen euro in.

In 2017 had InOpSys zijn eerste mobiele installatie voor de behandeling van de geviseerde reststromen bij Janssen Pharmaceutia geplaatst. InOpSys verzorgt het ontwerp, de engineering en de bouw van de installatie. Het staat overigens ook in voor de operaties. Met KULeuven wordt op onderzoeksvlak nog steeds samengewerkt.

InOpSys heeft inmiddels acht medewerkers op de loonlijst staan. Het bedrijf puurt zijn inkomsten uit de termijnverhuur en de uitbating van de mobiele zuiveringsinstallatie alsook uit de valorisatie van de gerecupereerde componenten. Mogelijk vindt die slechts plaats na een nabehandeling. Zo wordt gerecupereerd zink dat als katalysator in een farmaceutisch proces wordt gebruikt, in de installatie tot zinksulfide opgewerkt om het vervolgens als volwaardige grondstof aan Nyrstar toe te leveren.

Geen klassiek afvalverwerkingsbedrijf

InOpSys past niet in het klassieke plaatje van de afvalstofverwerkers of waterzuiveringsbedrijven.

“Wij pakken voorheen als end-of-pipe bestempelde afvalstromen aan die in de verbrandingsoven eindigden. We vermijden het transport van die stromen en vormen ze om tot grondstoffen, zijnde water en nuttige componenten, die aan de Nyrstars, Umicore’s of solventrecuperatiebedrijven als grondstof worden toegeleverd. Zodoende sluiten we zowel de water- als de grondstoffenkringloop. En dat doen we voor industriële spelers, zoals de fijnchemie en de farma, waarvan iedereen aannam dat dat de laatste sectoren zouden zijn om in de circulaire economie te stappen”, verduidelijkt de ceo.

InOpSys hanteert (een combinatie van) bestaande technologiëen om de stromen bestaande uit water, solventen of een mengsel van beide te zuiveren. Het neemt daarvoor op innovatieve wijze zijn toevlucht tot gekende technologieën als membraantechnologie, adsorptie, advanced oxydation processen (AOP) op basis van ozon, ultra-violet, elektrodegebaseerde technieken, bentoniet, waterstofperoxide, … alsook actieve kooltechnologie en coagulatie. InOpSys slaagt er aldus in neven- en afvalstromen te zuiveren die voor de traditionele afvalwaterzuiveraars, die vaak teruggrijpen naar standaardtechnieken, niet haalbaar zijn of waar biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties voor passen omwille van de vereiste energie-intensiteit.

“Soms zet InOpSys in op een verdere zuivering van mogelijk al gezuiverde afvalstromen. Zelfs in heel lage concentraties kunnen hormonenverstorende componenten, chemische betanddelen, metalen, actieve farmaceutische ingrediënten (API’s), … een schadelijke impact op de oppervlaktewateren en bijgevolg de menselijke gezondheid hebben”, zo nog De Laet.

Door zijn aanpak recupereert InOpSys katalysatorsubstanties (zink, palladium, platina, rhodium, nikkel, chroom, valadium, …) en toxische stoffen zoals kwik en arseen.

Research-capaciteit uitbreiden

Research blijft van levensbelang om de zuiveringsopdrachten van InOpsys met succes te bekronen. Vermits de labo-infrastructuur in Mechelen te klein wordt en uitbreiding aldaar bedrijfseconomisch niet echt te verantwoorden valt, neemt InOpSys in april state-of-art labo-infrastructuur en kantoren in de nieuwe Antwerpse chemie-incubator BlueChem in gebruik. De bestaande loods in Mechelen, 200 m² groot, blijft behouden en omgebouwd tot een demo- en piloothal zodat er iets grotere testen dan op laboschaal kunnen worden georganiseerd. Voorts verwacht het bedrijf in BlueChem extra toegevoegde waarde van het ecosysteem waarin het opereren zal.

Tot de potentiële klanten van InOpSys horen farmabedrijven in binnen- en buitenland, de chemiebedrijven in de Antwerpse haven alsook de contract manufacturers die in onderaanneming voor de farmasector werken.

“Na Janssen Pharma plaatsen we dit najaar een tweede mobiele installatie bij een farmabedrijf in Zwitserland. Een derde en vierde installatie verkeren momenteel in opbouw. Tegen eind dit jaar hadden we graag zes “units” in operatie gehad,” onthult De Laet.

Op langere termijn wil InOpSys een vaste partner worden van de Top 10-bedrijven in de Europese chemie- en farmasector. Tegen eind 2025 mikt het bedrijf op ruim dertig actieve mobiele recyclage-units op verschillende locaties in Europa (lees: Ierland, Zwitserland, het Duitse Ruhr-gebied en de chemische clusters in havengebieden, nvdr.). Vermits InOpSys zelf instaat voor de uitbating van de installaties, veronderstelt dit decentrale antennes in de nabijheid van de klant. Nog dit jaar zal InOpSys derhalve een eerste dergelijke antenne in Zwitserland openen.