"Delokalisatie voor KMO's vaker noodzaak dan optie"

31/08/2009 OM 00:00 - Luc Willemijns
Placeholder
"Delokaliseren naar Oost- en Centraal-Europa wordt voor veel KMO's in de productiesfeer steeds vaker een bittere noodzaak dan een optie," luidt de impliciete boodschap van Gino De Reuwe en Bert Talloen, respectievelijk managing director en consultant van Business Mobility International N.V. (Leuven). (Foto W & F)

Gino De Reuwe en Bert Talloen (Business Mobility International N.V.)


"Delokalisatie voor KMO's vaker noodzaak dan optie"


Met de uitbreiding van de Europese Unie, zien KMO's zich steeds vaker genoodzaakt hun bedrijvigheden voor een belangrijk deel naar Oost- en Centraal-Europa te verplaatsen. En dat is jammer genoeg niet langer een optie, zoals in het verleden, maar in heel wat gevallen een bittere noodzaak, een kwestie van overleven. Dat blijkt uit een gesprek dat "de Vlaamse Ondernemer" had met Gino De Reuwe en Bert Talloen, respectievelijk managing director en consultant van Business Mobility International N.V. (Leuven), dat gespecialiseerd is in het begeleiden van bedrijven in hun zoektocht naar de meest optimale vestigingslocatie. Hoewel onze gesprekspartners zichzelf als localisatie-adviseurs omschrijven, blijkt het in de praktijk, zeker vanuit Belgisch oogpunt, evenzeer om delocalisatie-adviseurs te gaan. Vlaamse bedrijven creëren momenteel jaarlijks duizenden arbeidsplaatsen in het buitenland (lees: Oost- en Centraal-Europa alsook de Chinese Volksrepubliek, nvdr.), zo nog onze beide gesprekspartners.


Gino De Reuwe richtte in 1993 Business Mobility International op. Eerder was hij bij één van de huidige Big Four werkzaam als project manager die in de begeleiding en ondersteuning voorzag van bedrijven met investeringsplannen in het buitenland. "Vandaag bevindt Business Moblity International zich in het oog van de storm," laat Gino De Reuwe zich in een onbewaakt moment ontvallen. Wat meteen aantoont hoe acuut de vestigingsproblematiek voor inzonderheid Belgische bedrijven is geworden. Business Mobility International, dat vijftien voltijdse werknemers telt, heeft een vestiging in het Poolse Poznan (lees: een 50/50-joint-venture met een lokale partner, nvdr.) en, sinds het jaarbegin, een "representation office" in Peking (China). In de landen waar Business Mobility International actief is, wordt met free-lance medewerkers gewerkt, die voornamelijk als informatietoeleveranciers worden ingeschakeld. Het gesprek met "de Vlaamse Ondernemer" gaat door in het NCI Business Center langsheen de Wiertzstraat te Brussel, waar Business Mobility International een uitvalsbasis heeft. Symbolischer kan wellicht niet: het centrum is gelegen in de schaduw van het Europees Parlement.


Tweeledig klantenspectrum


Business Mobility International stelt zijn know-how ter beschikking van twee klantensegmenten, met name enerzijds de private sector, anderzijds de overheidsinstanties. Zo voorziet men in de concrete ondersteuning van ondernemingen bij de selectie van de meest geschikte locatie om een buitenlandse activiteit op te zetten. Maar ook spitst de dienstverlening zich toe op de ondersteuning van binnen- en buitenlandse overheden bij het ontwikkelen van een beleid van regionale ontwikkeling en investeringspromotie. Op de referentielijst van Business Mobility International staan ronkende namen als Amgen, Duracell, Gemplus, Wynn's, Amazon.com, Zumtobel/Thorn Lighting, Axima Refrigeration en Mecaplast. Maar evenzeer nog meer vertrouwd in de oren klinkende bedrijven als Desimpel, Marbra-Lys, Aluvan, Henschel Engineering, .

In het verleden werkte de consultancy-organisatie bijvoorbeeld nauw samen met de Dienst Investeren in Vlaanderen (DIV), die, zoals bekend, in een nieuwe constellatie opgaat. Voor de Tunesische overheid verzorgde men onlangs een benchmark-studie, die peilde naar de aantrekkelijkheid van het land met het oog op het aantrekken van kandidaat-buitenlandse investeerders binnen bepaalde activiteitensegmenten. Met de steun van de Europese Commissie tekent Business Mobility International momenteel voor een tweejarig project dat de Litouwse overheid moet bijstaan in de ontwikkeling van het product "lokale industriezones".

Business Mobility International's activiteiten verlopen in de twee richtingen. Wat België betreft, wordt bijvoorbeeld niet enkel gespeurd naar de meest geschikte vestigingslocaties voor Belgische ondernemingen in Oost- en Centraal-Europa of China. Die dienst wordt ook aan buitenlandse bedrijven geboden die mogelijk overwegen om in België een vestiging op te starten. De recente uitlatingen van de Amerikaanse ambassadeur omtrent de aantrekkelijkheid van België als investeringsregio, geven evenwel aan dat die balans momenteel niet echt in evenwicht is. "De problemen van de Belgische kostenstructuur zijn genoegzaam bekend," stelt Gino De Reuwe voorzichtig. "We mogen dan nog wel over een uitstekende ligging beschikken, de beschikbaarheid van geschikte grotere bedrijfsterreinen is, net als in Nederland, heel krap. Zeker voor bijvoorbeeld de inplanting van Europese distributiecentra, die algauw een minimumbehoefte van dertig hectaren of meer hebben," luidt het.

België, inzonderheid Vlaanderen, heeft weliswaar nog een aantal troeven aan buitenlandse investeerders te bieden, nuanceert Bert Talloen, zoals talenkennis, arbeidsproductiviteit en een hoge arbeidsethos. "De impact van het nieuwe dubbelbelastingsverdrag tussen België en Hongkong dat België fiscaal gunstig positioneert bij investeringen tussen Europa en China, en omgekeerd, is vooralsnog moeilijk in te schatten, maar wordt onmiskenbaar een niet te versmaden troef," wordt daaraan toegevoegd.


Derde migratiegolf


Na de val van het IJzeren Gordijn in 1989, trok de eerste migratiegolf van Vlaamse bedrijven richting Oost-Europa zich op gang. Die golf bestond uit durvers en ook cowboys, aldus onze gesprekspartners. In een tweede golf, tussen 1993 en 2000, trokken de grote bedrijven oostwaarts, met de voedingsnijverheid en de banken voorop. Aanvankelijk ging het om Polen, Tsjechië en Hongarije, later volgden Roemenië en Bulgarije. De jongste uitbreidingsoperatie van de Europese Unie staat, volgens Business Mobility International, gelijk met de start van de derde migratiegolf. "Voorheen had die migratie voornamelijk betrekking op productiebedrijven. Nu stellen we vast dat ook steeds meer dienstverlenende ondernemingen die stap zetten, ondanks de doorgaans hechtere band die ze met de lokale markt hebben," weet Gino De Reuwe. Westerse uitzendorganisaties en sociaal secretariaten bezinnen zich momenteel, zoals bekend, over de eventuele opstart van activiteiten in Oost- en Centraal-Europa. "Wij merken zelfs dat vertaalbedrijven, die sinds jaar en dag met Oost-Europese partners samenwerken, er om kostprijstechnische redenen niet langer voor terugschrikken om ook de coördinatie van hun vertaalbedrijvigheden oostwaarts te verplaatsen", zo nog de managing director.


KMO's: geen andere keuze?


Gino De Reuwe: "Het verplaatsen naar of opstarten van een activiteit in Oost- en Centraal-Europa heeft ook met de dimensie van het bedrijf te maken. Voor ondernemingen met minder dan vijftig werknemers is de investering in een dergelijke operatie qua middelen en management-tijd, vaak prohibitief. Vraag is echter of ook dat soort bedrijven vandaag nog de keuze heeft en of het geen kwestie van overleven is geworden. Belgische en Vlaamse bedrijven worden om kostprijstechnische redenen gedwongen te ageren. Van de kleine champigonkweker die met concurrentie uit Polen en Tsjechië te maken krijgt, tot de leverancier van de meest gesofistikeerde producten en/of diensten: alle krijgen ze met de druk uit de nieuwe marktomgeving te maken".

Opmerkelijk is evenwel dat beide consultants van Business Moblity International stellen dat het kostprijsaspect niet de enige motivatie is voor een Vlaams bedrijf om richting Oost-Europa te trekken. "Het aanboren van nieuwe markten of een tweede thuismarkt is op zijn minst een even belangrijke beweegreden," luidt het. Belangrijke drijver achter die grootschalige verschuiving blijkt ook de steeds makkelijkere communicatie te zijn, zowel fysiek (lees: transport, nvdr.) als elektronisch. Productiebedrijvigheden kunnen derhalve makkelijk in Bulgarije worden opgezet en vanuit België gestuurd, merken de Business Moblity International-woordvoerders op. En hoewel in de Oost-Europese regio nog steeds een zekere "taal-issue" blijft bestaan, blijkt de jongere generatie steeds beter de Engelse taal te beheersen.


Steunmaatregelen niet doorslaggevend bij investeringsbeslissing


In het verleden hadden de Oost-Europese landen niet de middelen om investeringssteun aan buitenlandse investeerders toe te kennen. Vaak voorzag men dan ook in fiscale tegemoetkomingen in de vorm van "tax holidays". Zowel in Tsjechië, Hongarije en Polen kan men zelfs bij relatief geringe investeringsbedragen, uitgevoerd op welbepaalde locaties, gedurende tien jaar of langer van een volledige vrijstelling van de vennootschapsbelasting genieten. Vrijhandelszones, zoals bijvoorbeeld in Klaipeda (Litouwen), bieden bovenop nog bijkomende voordelen. Ook kunnen kandidaat-investeerders vaak over goedkope gronden beschikken. "Om oneerlijke concurrentie tegen te gaan heeft de Europese Commissie evenwel de maximaal toegestane investeringssteun voor een KMO geplafonneerd op 65% van het totale investeringsbedrag," weet Bert Talloen. Het eventuele voordeel in de vorm van goedkope bedrijfsterreinen wordt mee in dat plafond verrekend, luidt het. De impact van de grondprijs is overigens slechts van marginaal belang in het termijnplaatje van de buitenlandse investeringen. "In Polen is de kostprijs van een bedrijfsterrein op een goed gelegen industriezone, voorzien van alle infrastructuur- en nutsvoorzieningen, vergelijkbaar met die in Belgisch-Limburg," stelt de managing director.

Behoudens voornoemde investeringsstimuli, beschikken de regionale overheden bovendien nog eens over een subsidie-instrumentarium voor specifieke doeleinden, zoals bijvoorbeeld het aantrekken van activiteiten die als hoogtechnologisch kunnen worden beschouwd. En als klap op de vuurpijl hanteert men in Oost- en Centraal-Europa in de vennootschapsbelasting marginale aanslagvoeten van gemiddeld 15% à 25%. In Estland is zelf sprake van een nultarief indien de gerealiseerde winsten worden geherinvesteerd. Gino De Reuwe: "Uiteraard zijn het de gunstige loonkosten en de lokale marktopportuniteiten die steeds meer Westerse bedrijven naar Oost- en Centraal-Europa lokken. Een maximaal steunpercentage van 65% van het totale investeringsbedrag is uiteraard niet te versmaden, maar zou niet de stimulans mogen zijn om zich in de regio te vestigen. Een aantal West-Europese bedrijven delokaliseert inderdaad om kostprijstechnische redenen. Maar er zijn ook ondernemingen die in Oost- en Centraal-Europa anticipatief een nieuwe afzetmarkt uitbouwen, in afwachting dat de lokale koopkracht op peil komt".


"Timing" oordeelkundig plannen


Neemt niet weg dat tal van Belgische bedrijven in de productiesfeer momenteel voor een hartverscheurende keuze staan. Ofwel doen ze niets en zijn ze gedoemd tot verdwijnen, ofwel verschuiven ze hun minder gesofistikeerde activiteiten naar het oosten. "Talmen tot het water tot aan de lippen staat, is geen oplossing. Te snel beslissen na een vluchtig bezoek op aandringen van een lokale burgemeester of een investeringsagent, is evenmin aan te bevelen. Een gefundeerde analyse als onderbouw van een dergelijke strategische beslissing is hoedanook noodzakelijk," zo nog Gino De Reuwe. "Vast staat dat Vlaamse bedrijven jaarlijks duizenden arbeidsplaatsen in het buitenland (Oost- en Centraal-Europa en China) creëren. De meeste bedrijven trekken niet echt uit Vlaanderen weg, maar plaatsen hun groei-activiteiten wel in het buitenland. Die cijfers blijken niet uit de officiële statistieken. Maar de stelling van het Planbureau destijds als zouden bedrijvigheden met hoge toegevoegde waarde het Belgisch grondgebied niet verlaten, ook al omwille van de verregaande mate van automatisering, was veel te optimistisch", zo nog de managing director.


Chinese tijger


"De risico's van zakendoen in Oost- en Centraal-Europa zijn, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, in de voorbije jaren enorm verkleind", stelt Bert Talloen. Na eerste zakelijke ervaringen in vooral Tsjechië en Hongarije, overwegen heel wat bedrijven hun bedrijvigheden in de regio verder uit te breiden. Verder van huis profileert de Chinese Volksrepubliek zich intussen steeds manifester als potentiële investeringsregio. Na de grote bedrijven (actief in de infrastructuurwerken, auto-assemblage, telecommunicatie, farma, chemie, .) zetten thans ook meer en meer KMO's de stap richting China. Ook al omdat zich om loonkostmatige redenen, een verschuiving vanuit Japan, Zuid-Korea en Taïwan naar het Chinese vasteland heeft ingezet. "Hoewel multinationals zich bewust zijn van een niet gering politiek risico, kunnen ze zich niet veroorloven uit China weg te blijven," weet Gino De Reuwe. "Voorts gaat het niet enkel om een gigantische afzetmarkt, er is meer dan voldoende aanbod aan geschoolde arbeidskrachten. De goed opgeleide jongere generatie is overigens volop aan het verwestersen. Het is momenteel trouwens makkelijker om informatie op te vragen en zaken te doen in China dan in Oekraïne", wordt daaraan toegevoegd. Zowel voor Oost- en Centraal-Europa als voor China ontwikkelde Business Mobility International in eigen beheer een software-model dat ondernemingen in staat stelt, na het ingeven van de eigen parameters, te benchmarken welke locatie in de bewuste regio's voor hen meest geschikt is om zich eventueel te vestigen. "Daaruit blijkt dat China qua kwalitatieve locatiefactoren bijzonder goed scoort", besluit Bert Talloen.

Benieuwd welke bedrijven vandaag interesse tonen in dit onderwerp? Wij tonen u in 20 minuten wat dat betekent voor uw marktpositie.

dVO deelt geen individuele leesgegevens. Wij werken uitsluitend met geaggregeerde en geïnterpreteerde marktinzichten.

Plan 20 min inzicht

Voor u geselecteerd

Kort de voordelen van een abonnement...

Belangrijk nieuws te delen?

Meer context. Dieper begrip.

Artikels zoals deze brengen het nieuws.

Met een dVO-abonnement krijgt u dat nieuws in de juiste zakelijke context — met inzicht in sectoren, bedrijven en strategische bewegingen.

Waarom bedrijven dVO gebruiken

  • Volledige toegang tot alle artikels en thematische dossiers met verkoopkansen

  • Context bij bedrijfsnieuws, investeringen en benoemingen

  • Relevant voor ondernemers, managers, beslissers en medewerkers

Gratis lezen

Registreer gratis
  • Toegang tot een een paar artikels
  • Wekelijkse nieuwsbrief met 3 nieuwsfeiten
  • Geen persoonlijke bibliotheek
  • Geen historiek per bedrijf
  • Geen alerts
  • Geen context bij prospecten of klanten
  • 👉 Geschikt om dVO te leren kennen, niet om het actief te gebruiken in prospectie of voorbereiding.
Meest gekozen

dVO Leads

€19/Maand

Activeer abonnement
Maandelijks opzegbaar
  • Onbeperkte toegang tot alle artikels met SALESKANSEN, en gematcht aan uw profiel
  • Persoonlijke bibliotheek (bewaar artikels per bedrijf)
  • Zoekfunctie op bedrijven en sectoren
  • Historiek: wat speelde de voorbije maanden bij een bedrijf
  • 7 print edities per jaar
  • Selecteer uw klanten, leveranciers of prospects en ontvang automatisch meldingen wanneer er nieuws over hen of over uw bedrijf verschijnt.
  • U weet waarover u moet praten vóór elke afspraak en wint tijd in voorbereiding
  • U mist geen relevante ontwikkelingen
  • U detecteert kansen vóór anderen
  • U bouwt structureel kennisvoordeel op
  • U begrijpt uw markt beter

dVO Interview en bereik 35.000 ceo's

€124/Maand

Bestel nu
Jaarlijks opzegbaar
  • Interview met uw bedrijf/ceo en bereik 35.000 ondernemers/beslissers
  • Multimediale creatie en publicatie
  • Interviewcreatie: Tekst, audio, video
  • Publicatie: dVO.be, socials, Spotify, Youtube, nieuwsbrieven, ...
  • Leadinformatie en data beschikbaar

Cookie voorkeuren

Deze website gebruikt cookies om je een betere bezoekerservaring te bieden. Bepaal hier welke soort cookies je toestaat.