Tijdelijke energiesteun voor woon/werk-verkeer nauwelijks gebruikt

08/10/2026 OM 08:29 - Luc Willemijns
Woonwerkvergoeding1 071026

De tijdelijke mogelijkheid voor werkgevers om werknemers een hogere vergoeding voor woon/werk-verkeer toe te kennen, is in 2026 amper gebruikt. In juli maakte ongeveer 0,10% van de werkgevers gebruik van de regeling. Slechts 0,63% van de werknemers ontving die maand een verhoogde tussenkomst.

De federale regering voerde in het voorjaar van 2026 tijdelijk een hogere werkgeverstussenkomst voor woon/werk-verkeer in als reactie op de gestegen energie- en brandstofprijzen.

Werkgevers konden gedurende drie maanden, van mei tot en met juli, een hogere vergoeding betalen aan werknemers die hun woon/werk-verplaatsingen met de eigen wagen, via carpooling of in bepaalde gevallen met een bedrijfswagen aflegden.

De regeling gold voor werknemers die niet via een tank- of laadkaart door hun werkgever voor hun brandstof- of energiekosten werden gecompenseerd.

Uit een analyse van HR-dienstverlener Acerta, gebaseerd op gegevens van 288.000 werknemers en 23.000 werkgevers, blijkt dat de maatregel slechts zeer beperkt werd toegepast.

Gebruik bleef in mei en juni vrijwel nihil

In mei en juni maakte ongeveer 0,01% van de werkgevers gebruik van de mogelijkheid om een verhoogde woon/werk-vergoeding toe te kennen.

Daardoor ontving ongeveer 0,33% van de werknemers in die maanden een hogere tussenkomst.

Ook het extra bedrag bleef relatief beperkt. In mei bedroeg de bijkomende vergoeding gemiddeld 11,01 euro per werknemer. In juni liep dat op tot gemiddeld 12,68 euro.

Woonwerkvergoeding2 071026

Kleine stijging in juli

In juli, de laatste maand waarin de maatregel van kracht was, nam het gebruik enigszins toe.

Ongeveer 0,10% van de werkgevers kende toen een hogere woon/werk-vergoeding toe. Dat komt overeen met ongeveer één werkgever op duizend.

Het aandeel werknemers dat de extra vergoeding ontving, steeg tot 0,63%.

Ook het gemiddelde bedrag nam toe. Werknemers die onder de regeling vielen, kregen in juli gemiddeld 17,14 euro extra.

Tijdelijke en complexe regeling

Een mogelijke verklaring voor het beperkte gebruik ligt in de manier waarop woon/werk-vergoedingen worden georganiseerd. Veel bedrijven volgen de afspraken die hierover op sectorniveau zijn vastgelegd, waardoor zij hun eigen systemen niet onmiddellijk aanpassen.

Daarnaast was de regeling slechts gedurende drie maanden beschikbaar. Werkgevers moesten de hogere vergoeding bovendien eerst zelf financieren.

Daar kwam bij dat de regeling administratief relatief complex was. De steun was bovendien gericht op verplaatsingen met de wagen terwijl het aandeel werknemers dat bijvoorbeeld met de fiets pendelt de voorbije jaren is toegenomen.

Werkgevers konden de bijkomende kosten gedeeltelijk of volledig recupereren via een belastingskrediet. Dat krediet was wel begrensd op maximaal 0,10 euro per kilometer en maximaal 20% van de referentievergoeding die de werkgever op 1 april 2026 al betaalde.

De cijfers tonen daarmee aan dat tijdelijke steunmaatregelen niet automatisch op grote schaal worden toegepast wanneer de administratieve verwerking, financiering of toepasbaarheid voor werkgevers beperkt blijft.

dVO detecteert 14 commerciële kansen rond dit nieuws

  • Welke leveranciers kunnen aan dit bedrijf verkopen?
  • Welke bedrijven kunnen klant worden van deze onderneming?
  • Welke partners en adviseurs worden mogelijk relevant?


Plan 20 min inzicht

Voor u geselecteerd

Meer context. Dieper begrip.

Artikels zoals deze brengen het nieuws.

Met een dVO-abonnement krijgt u dat nieuws in de juiste zakelijke context — met inzicht in sectoren, bedrijven en strategische bewegingen.

Waarom bedrijven dVO gebruiken

  • Volledige toegang tot alle artikels en thematische dossiers met verkoopkansen

  • Context bij bedrijfsnieuws, investeringen en benoemingen

  • Relevant voor ondernemers, managers, beslissers en medewerkers

Cookie voorkeuren

Deze website gebruikt cookies om je een betere bezoekerservaring te bieden. Bepaal hier welke soort cookies je toestaat.