Hoe haal je meer geld uit je vennootschap?

WinBooks informeert

Backservice, dividenden, stock options voor de bedrijfsleider, … Dat zijn een aantal manieren om fiscaal voordelig inkomsten te derven uit je onderneming. Zeker als je dat vergelijkt met een standaard loonsverhoging. Het klopt dat de voorbije jaren het aantal mogelijkheden om dit te doen, alsmaar beperkter wordt. Denken we maar aan de wijzigingen van de roerende voorheffing en de liquidatiebonus, of de berekening van het VAA (voordeel alle aard). Toch blijven er nog mogelijkheden. Het zou jammer zijn als u die niet aandachtig overweegt. Het leek ons dan ook interessant om enkele pistes te analyseren. Natuurlijk zijn ze niet allemaal op elk bedrijf van toepassing. En sommige kunt u niet elk jaar herhalen.

Stéphane Mercier – erkend luidspreker en oprichter van Fiduciaire S.A.T.C, één van de eerste gebruikers van de WinBooks boekhouding oplossing, legt zeven mogelijkheden gedetailleerd uit.

1. Pensioenverzekering – Backservice.

Een groot aantal professionals gaat ervan uit dat de ‘tweede pijler’-verzekering met de naam ‘Individuele pensioentoezegging voor vennootschappen’ het interessantste voordeel is van een overstap naar een bedrijfsvorm. Wij denken dat ze honderd procent gelijk hebben. Vooral in het geval van een ‘backservice’ – een inhaalbeweging. Het is de mogelijkheid om premies te betalen voor de jaren vóór het statuut van zaakvoerder of bestuurder van een onderneming – met een maximum van tien jaar. Deze ‘backservice’ kan in één of meerdere keren worden opgenomen. De toepassingsvoorwaarden zijn bekend – vooral de 80 procentregel van het laatste bruto jaarloon. (Hierbij gaat men in principe uit van de inkomsten van een gewoon werkjaar. De wetgeving staat niet toe om een loonsverhoging in aanmerking te nemen die net voor het begin van de pensionering ingaat.) Het spreekt vanzelf dat de zaakvoerder van het bedrijf een loon moet trekken om van dit voordeel te profiteren.

Gevolgen:

Ven B  (vennootschapsbelasting): belastinggrondslag = - 1000 euro (we nemen het bedrag van 1000 euro als vertrekpunt in onze voorbeelden).

Zaakvoerder: hij krijgt het kapitaal in principe pas op de pensioengerechtigde leeftijd. Hij moet nu niets aangeven.

PB (personenbelasting): een belasting van 10% (plus gemeentelijke opcentiemen) op 1000 euro als hij 65 wordt.

Sociale bijdragen: RIZIV-bijdrage van 3,55%, solidariteitsbijdrage van 0 tot 2%, afhankelijk van het bedrag.

2.  Dividenden.

Krijgt de zaakvoerder geen loon? Of houdt hij dit beperkt? Dan is een dividend een alternatief om de sociale bijdragen te beperken. Heeft de onderneming een winst van 1000 euro? Dan betaalt ze daarop 339,90 euro belasting. Plus een bevrijdende roerende voorheffing van 25% op 660,10 euro (1000 – 339,90), of 165,03 euro. In totaal dus een belasting van 504,93 euro (339,90 + 165,03). Het voordeel bestaat erin dat het dividend behoort tot de groep van roerende inkomsten. Hiervoor is nooit een sociale bijdrage verschuldigd bij de uitkering.

Gevolgen:

Ven B: belastinggrondslag: ongewijzigd.

Zaakvoerder: hij moet niets aangeven – het principe van de bevrijdende roerende voorheffing.

Sociale bijdragen: geen

3. Sociale voordelen.

Een andere mogelijkheid is die van de – al dan niet vrijgestelde – sociale voordelen. Dan denkt de bedrijfsleider vooral aan een verzekering voor hospitalisatie en ambulante zorg. De zaakvoerder kan dit voordeel niet aftrekken (hij moet het volledig aangeven als niet in aanmerking komende of ‘verworpen’ uitgaven). Het voordeel zit hem erin dat er geen belastingheffing is op de personenbelasting.

Een ander courant voordeel is dat van de toekenning van maaltijdcheques. De zaakvoerder die maaltijdcheques wil krijgen, mag wel niet uit het oog verliezen dat zijn personeelsleden er dan ook automatisch recht op hebben. De maximumwaarde per maaltijdcheque is 7 euro. Het bedrijf kan daarvan 5,91 euro ten laste nemen, waarvan 4,91 euro als niet in aanmerking komende of ‘verworpen’ uitgave wordt beschouwd.

Gevolgen:

Ven B: belastinggrondslag = - 1000 euro of geen aftrek (hangt van het soort voordeel af)

Zaakvoerder: geen enkele belasting

Sociale bijdragen: geen

4. Lening aan het eigen bedrijf.

Dat kan alleen als de lening noodzakelijk is, dat wil zeggen als het bedrijf anders bij een bank moet gaan lenen. In dat geval mag de zaakvoerder geld uitlenen aan zijn eigen bedrijf. Hij mag de interesten op de lening (die wordt geboekt als een lening op het passief van het bedrijf) aftrekken. Hij betaalt als fysieke persoon een bevrijdende roerende voorheffing van 25% (afgehouden aan de bron). Verder betaalt hij geen andere belasting noch bijkomende sociale bijdragen. Het bedrag dat een zaakvoerder aan zijn eigen bedrijf mag uitlenen, is beperkt: het mag niet hoger zijn dan het volgestort kapitaal (aan het einde van de belastbare periode), verhoogd met de belaste reserves (bij het begin van dezelfde periode). De interestvoet moet natuurlijk logisch en redelijk zijn: ze moet overeenstemmen met de ‘markttarieven’. De interest die een bank zou aanrekenen in dezelfde omstandigheden (duur en risico), is dus perfect verdedigbaar. Wij raden aan om aan het dossier een juist en correct financieringsvoorstel door de bankier van de onderneming toe te voegen.

5.  U verhuurt kantoorruimte aan uw onderneming.

Het is mogelijk om kantoorruimte te verhuren aan het eigen bedrijf. Het jaarlijkse huurgeld wordt voor 2013 beperkt volgens de formule: kadastraal inkomen x 5/3 x 4,19. De huurgelden worden pas gedeeltelijk of niet van belastingen vrijgesteld als ze worden gecompenseerd door interesten die worden betaald om de vastgoedinkomsten te verwerven of behouden. Een voorbeeld. Het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen is 2000 euro en de beroepsoppervlakte bedraagt 20% van de bewoonbare oppervlakte. De maximale jaarhuur is dan 20% x 2000 = 400 euro. Die mag u verhogen met 5/3 en dan vermenigvuldigen met 4,19 = 2793,33 euro, of ongeveer 230 euro per maand. Ligt de huurprijs hoger, bijvoorbeeld omdat de jaarlijkse huurprijs wordt vastgelegd op 3000 euro? Dan wordt de meerwaarde (3000 – 2793,33 = 206,67 euro) opnieuw gekwalificeerd als beroepsinkomen. Met andere woorden: dat bedrag wordt beschouwd als een vorm van loon en is onderhevig aan sociale bijdragen en personenbelasting.

Gevolgen

Ven B: belastinggrondslag = - 1000 euro

Zaakvoerder: hij geeft de 1000 euro aan als onroerende inkomsten. Als hij de interesten van hypothecaire of gelijkaardige leningen aangeeft, kan hij de belastinggrondslag tot nul herleiden.

Sociale bijdragen: geen bijdragen, behalve in het (onwaarschijnlijke) geval waarbij het plafond wordt overschreden.

6.  Aandelenopties.

Heeft het bedrijf liquide middelen? Dan adviseren we de aankoop van aandelen op de beurs in het kader van een aandeeloptieplan ten voordele van de zaakvoerder. Die krijgt dan gratis het recht (maar niet de verplichting) om aandelen te kopen. De onderneming koopt de aandelen aan en sluit met zijn eigen zaakvoerder een optieovereenkomst af onder de naam ‘stock option’ -– van het Engelse ‘stock’ voor ‘aandeel’. De belastinggrondslag bedraagt in principe 18% van de waarde van de aandelen (of de helft van dat bedrag bij eigen aandelen die de onderneming uitgeeft). Tijdens de duur van deze speculatieve ingreep gebruikt men eerder het geld van de onderneming dan eigen middelen. Een voorbeeld: de onderneming koopt 100 aandelen met een eenheidswaarde van 50 euro. Ze stelt een aandelenoptieplan op. De belastinggrondslag bedraagt 18% van 100 aandelen van 50 euro = 900 euro. (De belasting bedraagt ongeveer de helft van dit bedrag, en is een definitieve belasting: waardestijgingen of -dalingen van de aandelen hebben er geen invloed op). Stijgt de eenheidswaarde van de aandelen bijvoorbeeld tot 75 euro? Dan ziet de zaakvoerder als enige begunstigde van het optieplan de waarde van zijn opties stijgen met 100 x 25 euro of 2500 euro (omdat de eenheidswaarde van de aandelen stijgt met 75 – 50 = 25 euro). Hij kan zijn optierecht nu uitoefenen. De winst van 2500 euro is niet belastbaar, zelfs niet als de zaakvoerder de aandelen onmiddellijk weer verkoopt. Hij kan ze ook later verkopen, want hij heeft absolute handelingsvrijheid. De wet bepaalt immers dat de belasting wordt betaald op het ogenblik van de invoering van het optieplan. Toch blijft er een risico verbonden aan deze operatie, precies omdat de betaalde belasting op 900 euro definitief is. Dus ook als de aandelen in waarde dalen in plaats van stijgen …

Gevolgen:

Ven B: belastinggrondslag = onveranderd

Zaakvoerder: belastinggrondslag = de waarde van het aandeel waarop hij optierecht heeft.

PB: belastinggrondslag: 1000 euro x 18% vandaag belastbaar; geen belasting meer bij de uitoefening van het optierecht.

Sociale bijdragen: sociale bijdragen op het belastbaar bedrag zoals hierboven omschreven.

7. Gemengde kosten.

Een laatste element om rekening mee te houden, zijn de gemengde kosten: uitgaven die deels professioneel en deels privé zijn. Het gaat om de facturatie op naam van het bedrijf van een aantal uitgaven die ook voor het kantoor gelden, zoals onderhoudsproducten en dranken. Ze stellen u in staat om op een redelijke manier de fiscale situatie te optimaliseren. Het is wel noodzakelijk om een factuur op naam van het bedrijf te vragen – gewone kastickets hebben volgens ons onvoldoende bewijskracht. Het is niet mogelijk om een forfaitair bedrag te boeken.

Gevolgen

Ven B: belastinggrondslag = - 1000 euro

Zaakvoerder: geen belastingheffing. Het is belangrijk dat u redelijk blijft én dat u de bewijsmiddelen voor de privéaankopen bewaart.

Sociale bijdragen: geen enkele bijdrage.
Wij beweren niet dat wij dé oplossing in petto hebben. Wel stellen wij u een niet-limitatieve lijst van mogelijkheden voor die u het best overweegt. Misschien zijn ze nu nog niet voor u van toepassing.

Maar is het morgen wel aangewezen om één van deze lager belaste uitwegen grondig te bestuderen. Natuurlijk voor zover onze belastingwetgeving ze dan nog toestaat …

Ontcijfer ook volgende week de voordelen van de VAPZ en de IPT via een gedetailleerde praktijkcase.

Bron: Winbooks