VIL pakt last-mile problematiek buiten de stad aan

Efficiëntieverbetering in de last mile wordt meestal bekeken vanuit het oogpunt van de centrumsteden. Maar ook daarbuiten is er heel wat verbetering mogelijk. In het project “Rural Parcel Delivery” gaat VIL, samen met zes bedrijven, op zoek naar manieren waarop de levering van pakketten buiten de stad beter kan.

Dat files niet stoppen aan de rand van de stad, is al langer duidelijk. Niet alleen de centrumsteden, maar ook op gewestwegen en in dorpskernen lopen last mile-leveringen steeds vaker tegen problemen aan. Plattelandsbewoners bestellen meer pakjes on-line dan mensen in de steden, handelszaken langs de gewestwegen en in de dorpskern moeten beleverd worden, … De typische Vlaamse lintbebouwing maakt dat dit alles weinig efficiënt verloopt.

De economische kost is hoog, o.a. omwille van de lange afstand en tijd tussen de leveringen. Geoptimaliseerd gebruik van infrastructuur of samenwerkingsmodellen bieden dan ook voordelen voor logistieke dienstverleners.

Maar er zijn ook tal van maatschappelijke voordelen, zoals een verhoogde veiligheid en leefbaarheid in de dorpskernen. Indien men efficiënter levert, heeft dit bovendien ook een positieve bijdrage op de congestie in Vlaanderen. 

Concreet zullen in dit project modellen van samenwerking in geografische clusters worden bestudeerd om te komen tot de meest optimale situatie op economisch en maatschappelijk gebied. Tijdens het project zal VIL de huidige problemen in kaart brengen en de verschillende logistieke stromen bestuderen. Doel is om uiteindelijk een schaalbaar pilootproject op te zetten.

Projectdeelnemers zijn BD myShopi, DHL Express, FedEX Express Europe, GLS Belgium, Ondernemingscentra West-Vlaanderen en PostNL. Het project “Rural Parcel Delivery” wordt gesteund door VLAIO, het Agentschap Innoveren en Ondernemen van de Vlaamse overheid.