Bijna één op vijf mannelijke 50-plussers werkt deeltijds in België

23/10/2026 OM 14:17 - Luc Willemijns
50 plussersdeeltijds231026 1

Het aandeel deeltijds werkende mannen van 50 jaar en ouder is in België gestegen van 14,6% in 2021 naar 19,7% in de eerste helft van 2026. Daarmee behoort België voor het eerst tot de Europese Top drie. Bij vrouwen van dezelfde leeftijd daalde het aandeel deeltijds werkenden in die periode licht, van 47,1% naar 45,8%. Dat blijkt uit een analyse van HR-dienstverlener Acerta op basis van gegevens van Eurostat.

Deeltijds werken is bij oudere werknemers niet langer hoofdzakelijk een vrouwelijke aangelegenheid. Het aandeel mannelijke 50-plussers dat minder dan voltijds werkt, bereikt in België een recordniveau. Tegelijk zet bij vrouwen de geleidelijke verschuiving naar voltijdse tewerkstelling zich voort.

Dat verandert de samenstelling van de arbeidsmarkt en stelt werkgevers voor nieuwe vragen over loopbaanbeleid, arbeidsorganisatie en personeelsbezetting.

België stijgt opvallend snel

In 2021 werkte 14,6% van de werkende Belgische mannen van minstens 50 jaar deeltijds. In de eerste helft van 2026 is dat aandeel opgelopen tot 19,7%.

Dat betekent een toename met 5,1 procentpunt of een relatieve stijging van 34,6%.

Binnen de Europese Unie kende volgens Acerta alleen Estland een grotere stijging in procentpunten. Daar nam het aandeel deeltijds werkende mannen van minstens 50 jaar over dezelfde periode met 6,2 procentpunt toe.

Ook in de buurlanden groeit deeltijdarbeid bij oudere mannen, maar minder uitgesproken.

Land

Stijging sinds 2021

Estland

+6,2 procentpunt

België

+5,1 procentpunt

Duitsland

+3,4 procentpunt

Luxemburg

+2,7 procentpunt

Nederland

+2,2 procentpunt

Frankrijk

+1,4 procentpunt

Door de stijging behoort België voor het eerst tot de drie EU-landen met het grootste aandeel deeltijds werkende mannelijke 50-plussers.

Vrouwen werken vaker voltijds

Bij vrouwelijke 50-plussers verloopt de ontwikkeling in omgekeerde richting.

In 2021 werkte 47,1% van de vrouwen in deze leeftijdsgroep deeltijds. In de eerste helft van 2026 is dat aandeel teruggelopen tot 45,8%.

De daling met 1,3 procentpunt blijft beperkt maar past binnen een langere trend. Tien jaar geleden werkte nog 51,4% van de vrouwelijke 50-plussers deeltijds.

Op tien jaar tijd is dat aandeel dus met 5,6 procentpunt afgenomen.

België blijft niettemin één van de vijf EU-landen met het hoogste aandeel deeltijds werkende vrouwen van minstens 50 jaar.

Het verschil tussen mannen en vrouwen blijft groot. Vandaag werkt 45,8% van de werkende vrouwelijke 50-plussers deeltijds, tegenover 19,7% van de mannen.

50 plussersdeeltijds231026 2

Verschil tussen mannen en vrouwen verkleint

In 2021 bedroeg het verschil tussen het aandeel deeltijds werkende mannen en vrouwen van minstens 50 jaar nog 32,5 procentpunt. Vandaag is die kloof verkleind tot 26,1 procentpunt.

De evolutie betekent niet dat mannen en vrouwen vergelijkbare arbeidsduurpatronen hebben. Deeltijds werken blijft bij oudere vrouwen meer dan dubbel zo gebruikelijk als bij mannen.

Wel neemt de vanzelfsprekendheid af waarmee deeltijdarbeid aan één geslacht wordt gekoppeld.

Loopbaanpatronen verschuiven

Acerta verwijst naar verschillende mogelijke verklaringen voor de toenemende deeltijdarbeid bij oudere mannen.

Flexi-jobs en eindeloopbaanregelingen kunnen daarbij een rol spelen. Ook veranderende opvattingen over de verdeling van arbeid, vrije tijd en zorgtaken kunnen meewegen.

De beschikbare cijfers laten echter niet toe om het relatieve belang van die factoren vast te stellen.

De analyse maakt evenmin onderscheid tussen werknemers die vrijwillig minder uren werken en personen die liever een voltijdse betrekking zouden hebben.

Daarmee blijft een belangrijke economische vraag open: kiezen oudere werknemers vaker bewust voor een kortere arbeidsweek, of verandert ook de aard van de beschikbare tewerkstelling?

Personeelsplanning wordt complexer

Voor werkgevers heeft een groter aandeel deeltijdse medewerkers gevolgen voor de organisatie van arbeid.

Wanneer meer ervaren werknemers minder uren presteren, moeten ondernemingen hun beschikbare arbeidscapaciteit anders verdelen.

Dat kan extra aandacht vragen voor werkroosters, kennisoverdracht en de continuïteit van functies waarin ervaring belangrijk is.

Vooral in organisaties met veel oudere werknemers wordt het relevant om niet uitsluitend het aantal medewerkers te volgen maar ook het aantal effectief beschikbare arbeidsuren.

Een onderneming kan immers evenveel werknemers tewerk stellen terwijl het totale arbeidsvolume toch afneemt.

Omgekeerd kan deeltijds werk werknemers mogelijk langer aan het werk houden die anders volledig zouden uittreden. Of dat effect in de Belgische cijfers daadwerkelijk optreedt, blijkt niet uit de analyse.

Breder dan werknemers

De Eurostat-cijfers zijn afkomstig uit de Labour Force Survey, een steekproefonderzoek naar de arbeidsmarkt.

Voor België verzamelt Statbel de gegevens.

De statistieken omvatten niet alleen werknemers in loondienst, maar ook zelfstandigen, meewerkende familieleden en gepensioneerden die nog beroepsactief zijn.

Volgens de internationale definitie geldt iemand als werkzaam wanneer die tijdens de referentieweek minstens één uur tegen betaling of voor winst heeft gewerkt of tijdelijk afwezig was van een bestaande betrekking.

De kwalificatie als voltijds of deeltijds is gebaseerd op de gebruikelijke arbeidsduur die respondenten zelf rapporteren voor hun hoofdactiviteit.

Dat is belangrijk voor de interpretatie. De cijfers tonen niet hoeveel uren alle 50-plussers samen presteren, noch hoeveel niet-werkende 50-plussers opnieuw aan de slag gaan.

Ook mag de stijging niet zonder meer worden toegeschreven aan het succes van specifieke eindeloopbaanmaatregelen.

Nieuwe afweging voor werkgevers

De verschuiving naar meer deeltijds werk bij oudere mannen valt samen met een bredere discussie over langer werken en het behoud van ervaren medewerkers.

Voor ondernemingen ontstaat daarbij een afweging tussen beschikbare arbeidsuren en het langer behouden van expertise.

Een kortere arbeidsweek kan in bepaalde functies een manier zijn om werknemers langer aan boord te houden maar vraagt tegelijk voldoende capaciteit en een doordachte taakverdeling.

De cijfers van Acerta tonen dat bestaande loopbaanpatronen bij 50-plussers veranderen. Voor werkgevers wordt de volgende uitdaging om te bepalen hoeveel arbeidsvolume zij werkelijk nodig hebben en hoe dat gecombineerd kan worden met de groeiende diversiteit aan arbeidsregelingen.

dVO detecteert 14 commerciële kansen rond dit nieuws

  • Welke leveranciers kunnen aan dit bedrijf verkopen?
  • Welke bedrijven kunnen klant worden van deze onderneming?
  • Welke partners en adviseurs worden mogelijk relevant?


Plan 20 min inzicht

Voor u geselecteerd

Meer context. Dieper begrip.

Artikels zoals deze brengen het nieuws.

Met een dVO-abonnement krijgt u dat nieuws in de juiste zakelijke context — met inzicht in sectoren, bedrijven en strategische bewegingen.

Waarom bedrijven dVO gebruiken

  • Volledige toegang tot alle artikels en thematische dossiers met verkoopkansen

  • Context bij bedrijfsnieuws, investeringen en benoemingen

  • Relevant voor ondernemers, managers, beslissers en medewerkers

Cookie voorkeuren

Deze website gebruikt cookies om je een betere bezoekerservaring te bieden. Bepaal hier welke soort cookies je toestaat.